Biografie Gyz La Rivière

Gyz La Rivière (Rotterdam, 1976) is een multidisciplinaire kunstenaar. Grafisch werk, film, installaties, videokunst, neonwerken, criticaster, publicaties en performances: hij combineert het allemaal met typisch ‘Gyziaanse’ humor en filosofie. Zijn projecten zijn vaak omvangrijke pieces of art, waarbij zijn verzamelwoede veelal de drijvende kracht is. Objecten, logo’s en massamediabeelden worden uit hun context gehaald en op een eigen manier neergezet. Rotterdam dient daarbij als onuitputtelijke bron, maar zijn focus richt hij op de hele ‘wijde wereld’. En dat bleef niet onopgemerkt: hij ontving verschillende prijzen.

Skate or DIY

De liefde voor kunst begint in zijn vroege tienerjaren als hij het skateboarden ontdekt en de bijbehorende (visuele) cultuur, mode en Do It Yourself (DIY) – mentaliteit. Zijn puberteit loopt parallel met de hoogbouwgroei van Rotterdam. Met de beat van heipalen als achtergrondmuziek maakt hij zijn eerste tricks op de marmeren trappen van kantoorcomplexen, vormt een posse met skateboarders en krijgt zijn eerste jeugdpuistjes als de eerste skyscrapers van Rotterdam verschijnen. Deze periode heeft hij gecoverd in de vijftig minuten durende documentaire 12, a film about the Fret Click (2009) en was onder andere te zien op het International Film Festival Rotterdam (2010), maar ook in België, Noord-Ierland, Engeland, Finland en Bulgarije.

Vanaf 1989 volgt hij de Grafische School, eerst vlakbij Hofplein en vervolgens in het toen wel heel beruchte Rotterdam-Zuid. Er heerst een havenstadmentaliteit: volks en ruig, maar spannend. Daarna gaat hij modevormgeving studeren aan de Willem de Kooning Academie vlakbij de Maas, de rivier waar de stad groot mee is geworden en La Rivière ook. Hij studeert in 2000 af als eerste modestudent zonder kledingcollectie, maar met een fictief kledinglabel INGSOC. Zijn filosofie over de politieke systemen van de mode-industrie wordt ‘geshowd’ in de progressieve Showroom MAMA in Rotterdam-centrum. Drie jaar eerder stelde La Rivière daar al z’n eerste tentoonstelling samen: Game Over (videogames 1972 – 1997).

Entertainment

La Rivière was inmiddels gek op techno- en housemuziek geworden. In de latere jaren negentig voorzag hij samen met de Cut-Up (video) crew van kunstenaar Geert Mul, Nighttown’s Future nachten van visueel bewegend behang. Nighttown gaf ook een heleboel jongeren de ruimte om zich te kunnen ontplooien. Zo heeft hij samen met DJ Alien en Marcel Haug het concept mogen verzinnen voor het allereerste International Breakdance Event in 1998 en twee jaar later kreeg hij daar de mogelijkheid om samen met Rufus Ketting, Hitmeister D, Vincent van Duin, Disco Rick en Henri Oogjen de ‘Rotterdamsche Knakendisco’ (2000 – 2009) te lanceren. Het was hun invulling van een avondje uit. De muziek, het decor en de aantrekkelijke toegangsprijs (een knaak) waren de enige criteria voor hun succesformule. In 2007 begon La Rivière een nieuwe clubavond onder de naam ‘bar dancing Nikola Tesla’ in het obscure WORM in het voormalige (en enige) VOC pand in Rotterdam. Deze reeks feesten in WORM gaven een frisse kijk op wat clubben in de 21ste eeuw nou precies in moe(s)t gaan houden.

HuMobisten

In 2000 vormt hij een verbond met mede grafisch vormgever en beeldend kunstenaar Rufus Ketting: de HuMobisten. Dat staat voor ‘humor’ en ‘mind your own business-ism’, vrij naar een uitspraak van de Amerikaanse schrijver William Burroughs. Ook bij de HuMobisten staat in de begintijd de DIY-mentaliteit centraal. Onder het motto: ‘Er moet meer gelachen worden in de wereld’, stelden ze maatschappelijke fenomenen en problemen aan de kaak, waarvoor ze pasklare ‘oplossingen’ verzonnen.
Iets later, zijn ze van mening dat de realiteit uit een heleboel werkelijkheden naast elkaar bestaat en is ‘pasklaar’ een woord uit een grijs verleden. Hierdoor is hun werk inmiddels meer absurd of abstract te noemen en gaat eerder over hun wereld dan dé wereld in het algemeen. De samenwerking resulteerde in vele performances en tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De eerste vijf HuMobisten jaren zijn gebundeld in de publicatie Een Dure Grap (An Expensive Joke).

Gyziaans

Het solo werk van La Rivière gaat vaak over ‘tijd’ en de daarmee gepaard gaande veranderende (stedelijke) samenleving en (visuele) cultuur. Je zou kunnen stellen dat typisch Gyziaans staat voor: een bepaalde manier van redeneren, humor, liefde (voor steden en alles en iedereen), van DIY naar DIT (Do It Together), jongensdromen, de diepte in – en er ook weer uit, afrekenen met angsten, niets ontziend en ook zichzelf niet. Zoals de Persuasion of Depersonalization Series waarbij hij zich in allerlei kledingoutfits een ander imago aanmeet. En Peritonitis: een foto van zichzelf in een ziekenhuisbed waarin hij op zijn zeventiende wegens een acute buikvliesontsteking op het randje heeft gebalanceerd. Een bepalende gebeurtenis die hem jong deed inzien hoe kwetsbaar het leven is.

La Rivière voelt zich als het ware een Jedi (ridder uit Star Wars) die iconen, (bekende) tv-beelden, architectuur, videogames, flyers, strips, speelgoed en (mode-)tijdschriften te pakken neemt en ze als bouwstenen gebruikt voor zijn eigen universum. Hij is een visuele archivaris die te werk gaat in het spanningsveld tussen onrust, verveling, leegte en overvloed. Zijn grote thema is jezelf steeds opnieuw proberen uit te vinden in een alsmaar veranderende wereld. Op deze manier regeert hij over zijn verzameling visuele puzzelstukjes, waardoor de ‘werkelijkheid’ telkens van een andere kant wordt belicht.

Composition with Yellow, Red and Blue

Zo verzamelde La Rivière voor zijn Yellow Pages Series (2009) een reeks beelden, symbolen en objecten in het geel uit de populaire cultuur. In deze reeks zeefdrukken staan zijn reflecties, op wat hij kwalificeert als ‘hokjesgeest’, centraal. Oftewel: de neiging van de publieke opinie om al het nieuwe onmiddellijk te classificeren door er een term op te plakken. La Rivière laat vol ironie en met rebussen zijn eigen filosofie zien; zijn kijk op de wereld. Later volgt The Little Red Book Series (2010) waarbij de kleur rood voorop staat en politieke overheidssystemen tegen het licht worden gehouden. Deze beide series zijn onder meer te zien geweest in galeries in Rotterdam, Hasselt, Montréal, Chicago, Helsinki en Londen.

The Blue Book Series tenslotte gaan over de statistieken en ‘cijfergekte’ waar de stad Rotterdam zich vaak mee probeert te vereenzelvigen. Het is als de Blue Book ‘een boek in een boek’ verschenen in zijn boek Rotterdam 2040 (2010). Gezamenlijk geeft de kleurenreeks Composition with Yellow, Red and Blue een verfrissend inzicht in beeldcultuur en onderliggende denkbeelden en machtstructuren.

‘Archivaris gekte’

Zijn verzameldrift is dus een dankbare inspiratiebron. Zo gebruikte hij zijn collectie van zo’n 1500 smurfen voor het werk Zonder Gargamel (2006). Hierbij staat een heel legioen smurfen in een hoek met de neuzen dezelfde kant op, die in een soort ‘Heizeldrama’ een uitweg proberen te vinden. Oorspronkelijk is dit werk gemaakt voor een tentoonstelling in Rotterdam, maar is daarna ook te zien geweest in onder andere Polen en België.
Uit zijn verzamellust is nog meer kunst ontstaan, zoals de tentoonstelling Das ist ein Hund (2004) in de Kabinetten van de Vleeshal in Middelburg die hij samen maakte met Frank Hartman. Das ist ein Hund, wilde vooral laten zien wat LEGO makers geïnspireerd heeft en hoe zij het systeem naar hun hand hebben gezet. La Rivière: ‘Het BASIC systeem van LEGO heeft een patroon in de steentjes. Hierdoor zijn er ontelbare mogelijkheden. Als beeldend kunstenaar ben ik meestal ook bezig met een patroon. Je denkt dat het je beperkt, maar het geeft alleen maar meer reden om het systeem naar je hand te zetten. Dit is ook het thema wat veel terug komt in mijn werk. Dat gaat vaak over systemen en menselijke patronen.’

Ook het werk flyer’dam is een uiting van wat La Rivière zelf noemt: ‘archivaris gekte’. In een enorme installatie van duizenden verschillende flyers, gerangschikt op kleur, wordt de complete clubcultuur van het notoire, vaak ondergrondse, Rotterdamse uitgaansleven vanaf de jaren tachtig tot heden belicht. Dit werk biedt een dwarsdoorsnede van de uitgaanscodes van een jonge en breed samengestelde, grootstedelijke bevolking, maar ook van een palet aan grafische stijlen en invloeden. In deze installatie is goed te zien hoe de flyercultuur hele generaties jonge ontwerpers, mede door de digitalisering, een oefenpodium geeft. Dit immense werk is onder andere te zien geweest in Showroom MAMA, de Kunsthal en TENT.

The Party is over

Verzamelwoede kan ook leiden tot het redden van cultureel erfgoed. Zoals het naambord met grote gele neonletters van poppodium Nighttown, dat jarenlang bovenop het pand prijkte en van veraf al goed te zien was. Hierdoor werd het een symbool dat bij een groot (uitgaans)publiek op het netvlies gebrand staat. La Rivière: ‘Nighttown aan de West-Kruiskade heeft van 1988 tot 2006 bestaan, bijna 18 jaar dus. Net volwassen geworden, of toch niet? Welke pop- en danceliefhebber in Rotterdam (en ver daarbuiten) was er niet kind aan huis en is er bijkans zelf volwassen geworden?’

In november 2011 kwamen de gezichtsbepalende neonletters van Nighttown in het bezit van La Rivière, nadat hij ze te koop had zien staan op (geloof het of niet): marktplaats.nl. Een jaar later heeft hij de neonletters tot een objet trouvé kunstwerk verheven, door het te exposeren in de groepstentoonstelling Dolf Henkesprijs 2012 in TENT met als titel: The Party is over. Tegelijkertijd heeft hij de neonletters geschonken aan de stadscollectie van Museum Rotterdam. Hierdoor is een stuk cultureel erfgoed bewaard gebleven en zijn de beroemde neonletters weer van de Rotterdamse bevolking.

‘Rotterdamkunde’

La Rivière bestudeert zijn geliefde Rotterdam al zijn leven lang met ‘re-interpretaties van het verleden middels de toekomst’. Met andere woorden: wat kunnen we leren over onszelf en ons verleden als we kijken naar de toekomst? Het is van grote invloed om op te groeien in een stad die nooit af is. Maar, zoals dat gaat met liefdes is er op den duur ook kritiek: waarom altijd maar dat voortdenderen naar de toekomst? Kan het ook anders?

De mogelijke antwoorden hierop probeert hij te formuleren in een reeks publicaties zoals Rome’dam, 13 minuten, Pschorry!, Eksit Krant, Treurniet, flyer’dam en Jan Hart. Voor het in 2012 gepubliceerde 13 minuten (de duur van het bombardement op Rotterdam) dook hij als een echte ‘Kuifje’ een mysterieuze lijst op van 144 gebouwen die gespaard hadden kunnen blijven na het bombardement. Deze authentieke gebouwen zijn echter tijdens de bezetting alsnog geraakt door de sloopkogel. La Rivière pleit in zijn boek en de film Rotterdam 2040 voor de herbouw van een aantal van deze karakteristieke gebouwen.

Pschorry!

Ook de publicatie Pschorry!, in opdracht van het Architectuurfestival ZigZagCity (2012), ligt in de lijn van lering trekken uit het verleden om een stad beter te maken. Deze als stripverhaal vormgegeven publicatie gaat over het ooit bruisende Hofplein, dat voor de oorlog bekend stond om z’n horecagelegenheden en dancings als de Pschorr. Hier is nu enkel een grote verkeersrotonde, waar nog amper een ‘fatsoenlijk kopje koffie’ te krijgen is.

Daarom creëerde La Rivière een tijdelijk koffiecafeetje met adembenemend uitzicht op de achttiende verdieping in het voormalige Shell gebouw ‘de Hofpoort’ aan het Hofplein. Bij de koffie kreeg men als cadeau het boekje Pschorry! met de geschiedenis (en toekomst) van het gebied en de fenomenale 360 graden panoramaview. La Rivière: ‘De Panorama Mesdag is er niets bij!’ Het boekje werd in 2012 bekroond met een prijs van het International Festivals & Events Association.

Jan Hart

Met zijn boekje Jan Hart heeft La Rivière op Valentijnsdag 2008 het hart van Rotterdam terug willen geven. Het is geïnspireerd op het beeldhouwwerk van Ossip Zadkine dat symbool staat voor het bombardement: De Verwoeste Stad. Het beroemde bronzen figuur heeft een uitgereten hart en heft de handen ten hemel. Het wordt daarom ook wel Stad zonder Hart of Jan Gat genoemd.

La Rivière heeft letterlijk een nieuw hart gemaakt, niet om terug te plaatsen in het beeld zelf, maar als een nieuwe creatie op een nieuwe plek. Hiermee wil hij duidelijk maken dat er ondertussen een nieuw kloppend hart is ontstaan. De publicatie Jan Hart is een tekstuele verdieping omtrent dit beeld als nieuw symbool voor de stad. Of, zoals oud-burgemeester Opstelten het verwoordde toen hij het eerste exemplaar ontving: ‘Gyz is Jan Hart’.

Al die jaren ‘Rotterdamkunde’ zijn samengekomen in het ware Rotterdam-epos (boek en film) van La Rivière: Rotterdam 2040. Eerst verscheen in 2010 het succesvolle boek met de gelijknamige titel (196 pagina’s, 1000 verkochte exemplaren). Drie jaar later ging de film Rotterdam 2040 (95 min.) in première: een ijzersterk filmisch tijdsdocument als reactie op de ‘Stadsvisie 2030’ van de gemeente Rotterdam. Op een unieke en eigen manier vormgegeven film, behandelt La Rivière met doorwrochte redenaties en de nodige humor het verleden en heden van Rotterdam en geeft ook nog de oplossingen voor de toekomst. De film staat in z’n geheel online en is onder andere vertoond tijdens zijn gelijknamige soloshow in TENT, het Architectuur Film Festival Rotterdam, het Identity City Lab in Linz (Oostenrijk), tijdens Food for Thought in Shanghai (China) en onder andere in de PARSE Gallery in New Orleans (USA), Museum Sztuki in Łódź (Polen) en op het CINETEKTON! Film Festival in Puebla (Mexico). In 2016 nog op het International Architecture Film Festival ‘Novi Fokus Nis’ in het Servische Nis, op het reizende Post Super Dutch in Poznan, Gdańsk & Warschau (wederom) in Polen en in de nieuwe bioscoop KINO in Rotterdam.

Do It Together-cities; nieuwe stad

Inmiddels is La Rivière een veelgevraagd adviseur van verschillende praatgroepjes in Rotterdam en ondertussen ook buiten de landsgrenzen: ‘Ik ben geen ‘nostalgist’, maar een optimistische realist die gek is op steden. Ik zie ze als levende organismen. Zeker havensteden zijn altijd in beweging en open voor de wereld en vreemde volkeren. En het volkse vind ik ook mooi: de zorg voor elkaar. Van Do It Yourself naar Do It Together.’ De ‘toekomst van de wereld’ ligt volgens La Rivière dan ook niet in landen, maar in steden. Steden worden steeds groter en ze zouden zich kunnen verenigingen als ‘broedersteden’. Of anders gezegd: de masculiene variant van de zusterstad. Zustersteden vinden elkaar voornamelijk in (vaak blinde) economische voorspoed, ook al heeft men meestal de beste bedoelingen. Broedersteden vinden elkaar juist in wat er niet goed gaat in de stad. Het is een veel humaner begin van een vriendschap.

Op uitnodiging van het artist in residence-project ‘Il Ventre di Napoli’ bezocht hij in 2013 de stad Napels om vanuit zijn perspectief een toekomstvisie op de Italiaanse havenstad te geven. Het resulteerde in een ongoing multidisciplinair project New Neapolis (New Nieuwe Stad). Dat bestaat (vooralsnog) uit de veelomvattende website neapolis.nl. Hierop is een korte film te zien waarin La Rivière de vele, zowel positieve als negatieve, overeenkomsten tussen Napels en Rotterdam in de vorm van een stripverhaal voor het voetlicht brengt. Daarnaast is er een similarities machine met een hele reeks beelden, foto’s en iconen die de twee steden gemeenschappelijk hebben, door La Rivière ingedeeld op vorm en onderwerp. Bovendien was voor een periode van 1 jaar het diepgravende achtergrondverhaal met als titel No Structure na te lezen (als gratis e-book) in elf hoofdstukken, geïllustreerd met vindingrijk beeldmateriaal. Het e-book is nu offline, aangezien spoedig de Engelse en Italiaanse versie naar de drukker zal gaan.

Het project New Neapolis is kortweg een liefdesverklaring aan Napels en Rotterdam. Daarnaast is het ook een eerste stap richting een date met twee vergelijkbare Europese havensteden: Liverpool en Marseille. Hiermee heeft La Rivière definitief nieuwe bronnen (lees: steden) aangeboord voor internationale aspiraties: ‘Het zijn stoere schurkensteden, daar wil je toch gewoon bij horen?’ Komende twee jaar (2016-2018) gaat dit project uitmonden in een publicatie, tentoonstelling, film en/of installatie.

Gyz La Rivière kreeg voor zijn werk vele prijzen waaronder de Rotterdamse Maaskantprijs (2002), de Lof der Zotheidspeld (2011) en de Dolf Henkesprijs (2012). Zijn werk is opgenomen in diverse collecties zoals de Caldic Collectie, Hogeschool Rotterdam Collectie, Museum Rotterdam en in het bezit van diverse particuliere verzamelaars.